"Je kunt niet even restaurantje spelen, je moet er vol voor gaan."

Mike (41), restauranteigenaar “Iedere ochtend als ik wakker word, besluit ik om een leuke dag te hebben. Dan neem ik een espressootje en ga ik ervoor.” Die positieve energie heeft Mike (41) als restauranteigenaar ook wel nodig. “Voor het diner begint, heb ik er al een dag opzitten. Maar je zult mij nooit horen klagen over de lange dagen in de horeca. Daar heb ik voor gekozen.”

Mike nam zijn restaurant PuuRR aan de Vliet in 2013 samen met zakenpartner Arthur over. “Dat was in de moeilijke tijd. Twee eerdere eigenaren hadden het niet gered. De zomer ging vanzelf, want dan fietsen er voldoende mensen langs het water. Maar in de winter hadden we soms avonden met één of twee tafeltjes. Dan moet je er toch staan. Gelukkig hebben we het gered en is het sindsdien ieder jaar beter gegaan.”

De taakverdeling tussen Arthur en Mike is duidelijk. “De keuken is zijn feest en de voorkant het mijne. Want ik kan niet koken en als hij een computer aanraakt zit heel Leidschendam meteen zonder internet. Maar we zorgen dat we voortdurend open en eerlijk communiceren. De keuken en de bediening is altijd een beetje een strijd. Daar moet je op een leuke manier mee omgaan.”

Bij het aannemen van medewerkers let Mike vooral op uitstraling. “Ik kan iedereen leren om met zes borden tegelijk te lopen, maar een gastvrije uitstraling moet in je zitten. Ik heb hier een meisje dat zonder problemen een fles wijn over iemands hoofd zou kunnen gieten. Door de manier waarop zij dan sorry zegt, is het meteen weer goed.”

In de keuken van PuuRR wordt alleen gewerkt met – de naam zegt het al – pure producten. “Wij maken bijna alles zelf, want anders kunnen er ingrediënten in zitten die wij niet willen gebruiken. Bovendien vinden we het dan vaak niet lekker. En als ik iets niet lekker vind, kan ik het heel moeilijk verkopen.” Het tekent de geestdrift van Mike. “Ik wil voor honderd procent achter onze zaak kunnen staan. Anders houd ik het niet vol. Je kunt niet even restaurantje spelen, je moet er vol voor gaan.”